Persoonlijke Valbeveiliging - Hits - Plaatsing van Valbeveiliging

Published May 03, 22
6 min read

Persoonlijke Valbeveiliging - Hits - Plaatsing van Valbeveiliging

HITS NV

Vluchtenburgstraat 1, 2630 Aartselaar
03 860 79 60
Valbeveiliging

Persoonlijke valbeveiliging, Is het niet mogelijk om collectieve valbeveiliging zoals leuningen of hekken te plaatsen? Dan moeten uw medewerkers persoonlijke valbeveiliging gebruiken zoals een harnasgordel met daaraan een vanglijn. Voorkom gebruik trappen en ladders, Het gebruik van trappen en ladders moet u zoveel mogelijk voorkomen. Bij werken op hoogte van 2,5 meter of hoger mag de medewerker geen ladder meer gebruiken.

Als uw medewerkers wel trappen en ladders gebruiken, moet u hierop letten:Medewerkers moeten altijd goede steun en grip hebben. De ladder moet recht staan. De ladder moet op een stevige ondergrond staan die niet beweegt. Rolbare ladders moeten vaststaan voordat een medewerker de ladder gebruikt. Ladders naar een andere verdieping moeten minimaal een meter uitsteken boven die verdieping.

Klimmaterieel moet u regelmatig laten keuren. Valbeveiliging bij hijs- of hefmachine, Werken uw medewerkers in een hijs- of hefmachine met een werkbak? Dan moeten zij veilig kunnen werken. Hiervoor moet u het volgende doen:De machine is bedoeld voor personen, niet voor goederen. De machine moet aan veiligheidseisen voldoen. U ziet dat aan de CE-markering (valbeveiliging dakwerken).

U moet erop letten dat medewerkers de machine goed gebruiken..

Handboek Over Valbeveiliging - Hits - Plaatsing van Valbeveiliging

Maak de juiste keuze Valbescherming is verplicht bij werken boven een stahoogte van 2,5 meter, indien er geen hekken of andere constructies zijn die valgevaar wegnemen. Alle valbeveiliging, van musketons & harnassen tot vallijnen & valblokken, dienen te voldoen aan de Europese normeringen. De meest gebruikte normen voor valbescherming zijn: EN 341 : voor reddings-afdalingsmateriaal EN 353 : voor meelopende valbeveiliging met starre of flexibele ankerlijn EN 354 : voor veiligheidslijnen (‘vanglijn’, verbinding tussen ankerpunt en persoon) EN 355 : voor schokdempers die een val breken EN 358 : voor systemen voor werkpositionering EN 360 : voor valbeveiliging met automatisch lijnspanners EN 361 : voor valbeschermingsgordels (harnassen) EN 362 : voor koppelingen EN 363 : voor persoonlijke beschermingsuitrusting tegen vallen EN 795 : voor verankeringspunten EN 813 : voor zitgordels EN 1891 : voor kernmantel-lijnen met geringe rek Naast Europese normeringen zijn er inmiddels ook additionele richtlijnen opgesteld waar sommige producenten hun valbeveiliging op testen.

Het is van belang dat de werkgever weet welke situaties op hoogte voor komen en welke valbeveiliging daarbij nodig is. Om dit te vergemakkelijken kunt u producten controleren op de bovengenoemde certificeringen. U heeft altijd minimaal de volgende items nodig voor een complete en veilige valbeschermingscombinatie: Verankering. Het ankerpunt is een permanente lijn, haak, oog of andere constructie die onlosmakelijk is verbonden aan de constructie of het gebouw waar u de valbescherming gaat gebruiken.

Indien de veiligheidslijn een haak of musketon bevat die direct op het ankerpunt past, is de verankeringslus niet nodig. Een verankeringslus kan van bandweefsel, touw of staaldraad zijn. Verbinding (lijn of valstop). Deze heeft u nodig om uzelf veilig te verbinden met het ankerpunt. Dit kan een vanglijn of zelfoprollende valstop zijn, maar ook een weerhoudingslijn of positioneringslijn die de gebruiker binnen een veilige afstand houdt tot een punt waar deze mogelijk zou kunnen vallen.

Bij een val zouden de lijnen die hiertegen beschermd zijn (bijv. ‘Egde’ valbeveiliging van merk Miller). Lees hier meer over lijn die bestand zijn tegen scherpe randen. Valharnas. Dit bandharnas verbindt uw lichaam veilig met de rest van de valbeveiliging en zorgt dat u niet gewond raakt na de val of eruit glijdt.

Valbeveiliging -Ruim Assortiment - Plaatsing van Valbeveiliging

Bij tweepunt (of meer) harnassen zijn er ook lussen of ringen te vinden aan de voorzijde, of ter positionering. Door het gemak en de veelzijdigheid van dergelijke harnassen in tal van situaties, adviseren wij een tweepunt harnas te gebruiken. Bij het gebruiken van valbeveiliging en de selectie van het juiste product, dient u altijd met de valfactor rekening te houden.

Sterk bepalend hierbij is op welke hoogte de lijn wordt verankerd: Valfactor 0 (FF0) – verankering boven het hoofd. Dit geniet altijd de voorkeur vanwege de korte valafstand bij een val (de demper zal weinig of niet uitscheuren). Valfactor 1 (FF1) – verankering op borsthoogte. Dit zien we vaak in het geval van werken met steigers, bij dakrandbeveiliging en hekwerken.

Bevestiging op voethoogte dient zo veel mogelijk te worden vermeden. Dit komt door de zeer lange valafstand. Daarnaast moet bij FF2 ook vaak rekening worden gehouden dat de valbeveiliging getest is op scherpe randen, vanwege de scherpe hoek van een rand of richel. Lees hier meer over het werken bij scherpe hoeken. Het berekenen van de valafstand doet u als volgt: Voorbeeld: een persoon van 2 meter groot staat op een plateau met een scherperandgeteste vanglijn van 2 meter die hij op voetniveau (FF2) heeft bevestigd.

De kracht bij de val zal zo groot zijn dat de lijn zijn volledige demper zal doen uitscheuren (1,75 m), daar bovenop komt nog de lengte van de persoon en de veiligheidsmarge. Conclusie: de gebruiker mag deze valbeveiligingscombinatie op minimaal 6,75 meter hoogte gebruiken. Dit zijn bijna drie verdiepingen. In de praktijk zijn werkhoogten vaak veel lager.

Valbeveiliging - Veilig Vallen Doe Je Zo - Plaatsing van Valbeveiliging

Pendeleffect:Denk ook aan het gevaar van een pendeleffect welke kan ontstaan bij een val. Zorg dat uw ankerpunt zodanig is gekozen dat u zichzelf niet kunt verwonden na een val wanneer u doorzwaait en obstakels raakt. Zorg daarom dat de werkhoek zo klein mogelijk is. Op de afbeelding zijn de verschillende valfactoren weergeven.

Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Als er gewerkt wordt op een plek waar valgevaar aanwezig is, moeten er maatregelen genomen worden om het gevaar zo klein mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door een hek of leuning te plaatsen. Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden zoals openingen in vloeren of als iemand meer dan 2,5 meter omlaag kan vallen.

Valbeveiliging wordt gebruikt om verwondingen door vallen te voorkomen. Een val kan overal gebeuren, ook als er gewoon op de grond gewerkt wordt. Maar in het algemeen geldt dat als de werkplek hoger is, het risico van een val toeneemt. Ook maakt het uit wat er onder de werkplek is.

Wat Is Een Veiligheidslijn? Het Verschil Met Een - Plaatsing van Valbeveiliging

Vanaf 2,50 meter spreekt men van werken op hoogte. Dan zijn er aanvullende maatregelen ter voorkoming van valgevaar nodig. Bij werk op een hoogte van minder dan 2,50 meter is valbeveiliging ook verplicht wanneer er boven een ondergrond gewerkt wordt waar extra risico’s aan verbonden zijn, bijvoorbeeld bij werken boven water, op verkeerswegen of nabij uitstekende delen - ankerpunt.

Artikel 3. 16 van het Arbobesluit geeft de aanvullende regels die gelden bij valgevaar. Belangrijk is dat er aandacht is voor de risico’s van werken op hoogte en het valgevaar. De werkplek opgeruimd houden is essentieel. Valpartijen kunnen makkelijk ontstaan doordat afval is blijven liggen, gereedschap rondslingert of materialen ‘even’ in de looproute zijn opgeslagen.

Dit behoort dan ook een onderdeel te zijn van werkinstructies en veiligheidsplannen. Als er op hoogte gewerkt moet worden, zijn volgens de arbeidshygiënische strategie (een hiërarchisch stelsel van beheersmaatregelen voor risico’s) de volgende niveaus van beveiliging mogelijk: Een werkplek moet bij voorkeur permanent worden aangepast door bijvoorbeeld vaste balustrades of leuningen te plaatsen.

Navigation

Home